|
Heffingsrente per 1-1-2010 gewijzigd |
|
Berekening heffingsrente IB en Vpb gewijzigd Met ingang van 1 januari 2010 is de berekening van de heffingsrente voor de inkomsten – en vennootschapsbelasting gewijzigd. De wijziging houdt in dat we eigenlijk weer terugkeren naar de methodiek van vóór 2005: het tijdvak waarover de heffingsrente wordt berekend vangt aan op de dag na afloop van het belastingjaar/boekjaar en eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Tot 1 januari 2010 gold als ijkpunt de dag na het midden van een belastingjaar/boekjaar. De nieuwe berekeningsmethodiek geldt voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2010.
Heffingsrente is verschuldigd indien een (voorlopige) aanslag later wordt opgelegd dan een bepaalde peildatum. De belastingdienst kan ook heffingsrente vergoeden. Heffingsrente dient onderscheiden te worden van invorderingsrente. Deze laatste rente wordt berekend indien een reeds opgelegde aanslag te laat wordt betaald.
Heffingsrente betalen Heffingsrente moet worden betaald indien belastingplichtige op een aanslag moet (bij)betalen (IB en Vpb). Voor de omzetbelasting en loonbelasting geldt dat heffingsrente verschuldigd is indien na afloop van het jaar blijkt dat een belastingplichtige te weinig belasting heeft betaald dan wel te veel belasting heeft terugontvangen. Heffingsrente ontvangen Voor de IB en Vpb wordt heffingsrente terugontvangen als er een voorlopige of definitieve aanslag wordt opgelegd waarop geld wordt terug ontvangen, er een aanslag met een terug te geven bedrag wordt verminderd tot een hoger terug te geven bedrag of een aanslag met een te betalen bedrag wordt verminderd tot een terug te geven bedrag. Voor de LB en OB wordt heffingsrente vergoed indien blijkt dat na ommekomst van het jaar op de periodieke aangiften te veel belasting is betaald of dat te weinig belasting op aangifte is terugontvangen.
Vaststelling De heffingsrente wordt bij beschikking vastgesteld. De te betalen of te ontvangen heffingsrente wordt doorgaans op het aanslagbiljet vermeldt of op de uitspraak tot vermindering van de aanslag. De heffingsrente wordt niet berekend over een eventuele boete. Berekeningswijze Bij het berekenen van de heffingsrente wordt een hele maand gesteld op 30 dagen en een heel jaar op 360 dagen. De 30 dagen – fictie geldt ook voor de maand februari. Bij de heffingsrente (en de invorderingsrente) wordt voor de maand waarin de periode eindigt, het werkelijke aantal dagen genomen, ook als de periode eindigt op de laatste dag van de maand. De dag waarop de aanslag of de beschikking is gedateerd, wordt meegeteld. Het berekende bedrag wordt in het voordeel van de belastingplichtige afgerond op hele euro’s. De heffingsrente wordt enkelvoudig berekend. Het rentepercentage wordt periodiek aangepast. Heffingsrente wordt niet vergoed als het belastingbedrag wordt herzien als gevolg van middeling of verliescompensatie. Evenmin wordt eventueel in rekening gebrachte heffingsrente teruggegeven. Begindatum berekening heffingsrente De peildatum c.q. de begindatum voor de berekening van heffingsrente wordt voor de IB en de Vpb weer de dag na afloop van het belastingjaar/boekjaar. Dit geld voor tijdvakken de aanvangen op of na 1 januari 2010.
Voorkoming te betalen heffingsrente bij IB en Vpb Als een bijbetaling voor de IB of Vpb verwacht wordt, kan de belastingplichtige de inspecteur verzoeken een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. De belastingdienst streeft ernaar deze aanslag binnen drie maanden op te leggen. Op grond van de Hoge Raad uitspraak van 25 september 2009 mag de Belastingdienst voortaan niet meer dan 3 maanden heffingsrente berekenen als op een aanslag moet worden betaald. De uitspraak van de Hoge Raad geldt voor: alle aanslagen die de Belastingdienst heeft opgelegd vanaf 25 september 2009 alle aanslagen waartegen belastingplichtige op die datum nog bezwaar kon maken Bij een correctie door de inspecteur geldt voornoemde beperking van de heffingsrente overigens niet.
De Belastingdienst berekend geen heffingsrente (voor de IB) als belastingplichtige op eigen initiatief een correctie over een vorig jaar verzend vóór 1 april van het daaropvolgende jaar. Voorkoming heffingsrente bij LB en OB Bij naheffing LB en OB wordt de heffingsrente in de meeste gevallen berekend vanaf 1 januari van het volgende jaar. Deze heffingsrente kan voorkomen worden als er binnen drie maanden na het einde van het boekjaar een suppletieaangifte wordt gedaan en het verschuldigde bedrag binnen deze 3 maanden wordt betaald.
Invorderingsrente Invorderingsrente is de rente die wordt berekend op een openstaande positie na afloop van het belastingtijdvak en na ommekomst van de vervaldatum van de enige of laatste betalingstermijn van de aanslag. Voor de invorderingsrente geldt geen drempeltijdvak. De invorderingsrente wordt berekend vanaf de dag die volgt op de vervaldatum van de belastingaanslag tot de dag waarop wordt betaald. Invorderingsrente van € 23 of minder wordt niet berekend. Het percentage van de invorderingsrente is gelijk aan het percentage van de heffingsrente. Bedenk dat invorderingsrente ook wordt berekend in het geval de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend, behalve bij enkele bijzondere vormen van uitstel. Invorderingsrente kan ook vergoed worden. Dit is het geval als een belastingaanslag met een te betalen bedrag na de laatste (of enige) betalingstermijn wordt verminderd, maar dan alleen als het bedrag van de vermindering hoger is dan het bedrag dat nog op de belastingaanslag openstaat. Invorderingsrente wordt ten hoogste vergoed over het bedrag dat op de belastingaanslag daadwerkelijk is betaald.
Bron: Accountancynieuws
|

Aangesloten bij Novak en RB