| Gebruikelijk loon |
|
Afroommethode bij bepaling gebruikelijk loon
Voor de directeur-grootaandeelhouder gelden bijzondere loonregels. Zo kan voor de bepaling van het gebruikelijk loon de ‘afroommethode’ worden gebruikt als de opbrengsten van een bv bijna geheel voortkomen uit de arbeid die de directeur-grootaandeelhouder verricht. Onlangs paste Rechtbank Leeuwarden deze methode toe. Voor de dga geldt dat hij wordt geacht een loon te krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. Dit loon is minimaal € 41.000. Als u als dga aannemelijk kunt maken dat een lager loon gebruikelijk is, stelt de Belastingdienst het loon op dat lagere bedrag. Daarbij moet u een vergelijking maken met soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Als bij deze soortgelijke dienstbetrekkingen juist een hoger loon gebruikelijk is, zal de Belastingdienst het loon stellen op het hoogste van de volgende bedragen: 1. 70% van het hogere gebruikelijke loon, maar ten minste € 41.000; 2. het loon van uw meestverdienende werknemer (van een aan u verbonden vennootschap).
In een recente zaak voor Rechtbank Leeuwarden ging het om een advocaat die alle aandelen bezat in een bv, die onderdeel was van een advocatenmaatschap. Voor de jaren 2000 en 2002 corrigeerde de inspecteur het gebruikelijk loon van de advocaat met respectievelijk bijna fl. 75.000 en € 45.000. De advocaat was het daar niet mee eens, maar volgens de rechter mocht de fiscus het loon vaststellen op basis van de afroommethode. Daarbij werd niet gekeken naar de totale opbrengsten van de advocatenmaatschap, maar alleen naar de opbrengsten van de werkmaatschappij waarin de advocaat de aandelen hield.
Bron: AA Nieuws juli 2010
|

Aangesloten bij Novak en CB
