|
Haken en ogen aan de arbeidsovereenkomst Het lijkt zo simpel. U neemt een nieuwe werknemer in dienst, zet het een en ander op papier en de arbeidsovereenkomst is een feit. Toch zitten er aan de arbeidsovereenkomst nog wel wat haken en ogen. Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen werknemer en werkgever waarin bepaalde afspraken over het werk worden gemaakt, zoals over de aard van het werk, wanneer de werknemer in dienst komt, voor hoe lang, voor hoeveel uur, voor hoeveel loon enzovoort. In de meeste gevallen wordt een arbeidsovereenkomst schriftelijk vastgelegd, maar dit hoeft niet. Als u mondeling met een werknemer afspreekt dat hij bij u komt werken, heeft u ook een arbeidsovereenkomst afgesloten. Toch is het verstandig zoveel mogelijk schriftelijk vast te leggen.
Tip Spreekt u niets af over de duur van de overeenkomst en legt u niets hierover vast, dan heeft de werknemer een contract voor onbepaalde tijd! Dat geldt ook voor de proeftijd. Spreekt u hier niets over af, dan is er geen proeftijd. Dit betekent dat u bij het niet goed functioneren van de werknemer in de eerste twee maanden, de officiële weg voor ontslag moet volgen. Proeftijd In een arbeidsovereenkomst (zowel vast als tijdelijk) kunt u een proeftijd opnemen. Dat wordt in de meeste gevallen ook gedaan. De proeftijd wordt als een soort kennismakingsperiode gezien, waarin beide partijen het contract per direct zonder verplichtingen kunnen verbreken. De proeftijd moet u altijd schriftelijk vastleggen. De proeftijd mag volgens de wet maximaal een maand duren als er sprake is van een: - tijdelijk arbeidscontract dat korter dan twee jaar duurt;
- tijdelijk arbeidscontract waarbij geen einddatum is afgesproken.
De proeftijd mag maximaal twee maanden duren als er sprake is van een: - vast dienstverband;
- tijdelijk arbeidscontract voor twee jaar of langer.
Let op! In de cao kan een afwijkende proeftijd staan die langer is dan de wettelijke proeftijd. De proeftijd mag echter nooit langer dan twee maanden duren. Van tijdelijk naar vast U kunt niet tot in het oneindige een tijdelijk contract aanbieden. Na drie tijdelijke contracten die telkens direct of binnen drie maanden na elkaar zijn afgesloten, is het vierde contract automatisch een vast dienstverband. Als tijdens het tweede of volgende contract de duur van 36 maanden wordt overschreden, verandert dit tijdelijke contract automatisch in een vast dienstverband. De periode tussen contracten mag maximaal drie maanden zijn. Als een eerste tijdelijk arbeidscontract van 36 maanden of langer onmiddellijk wordt gevolgd door een tijdelijk arbeidscontract van maximaal drie maanden, geldt de regeling van omzetting in een vast dienstverband niet. Overschrijdt het nieuwe contract die drie maanden wel, dan heeft de werknemer recht op een vast dienstverband. Voorbeeld 1 Uw werknemer heeft een tijdelijk contract van vijf jaar. Hij komt niet na drie jaar automatisch in vaste dienst, omdat het hier gaat om het eerste en niet om het tweede of volgende contract. Voorbeeld 2 Het tijdelijke contract van twee jaar van uw werknemer loopt af. Na één maand biedt u hem een nieuw tijdelijk contract aan. Dit betekent dat de werknemer in vaste dienst komt op het moment dat hij langer dan 36 maanden voor u werkt. Voor de berekening van de 36 maanden mogen tussenliggende perioden worden meegerekend. In dit geval is dat één maand. Afspraak Uiteraard kunt u met uw werknemer afspreken dat hij al eerder – en dus niet pas na drie tijdelijke contracten – in vaste dienst komt. U kunt echter nooit onderling afspreken dat de werknemer later dan drie contracten of 36 maanden in vaste dienst komt. Maar let op, in cao’s kan dat wel! Zo kan in een cao zijn vastgelegd dat de werknemer pas na zes jaar een vast dienstverband krijgt. Wettelijke regels U bent geheel vrij om te bepalen wat er in de arbeidsovereenkomst moet komen te staan. Het contract is namelijk in de eerste plaats een kwestie van afspraak tussen u en de werknemer. Toch zijn er de volgende wettelijke regels waaraan u zich moet houden: - het Burgerlijk Wetboek (BW). Hierin vindt u regels over bijvoorbeeld proeftijd, vakantie, opzegtermijnen en ontslag. Bij elke regel staat of ervan mag worden afgeweken in de cao of in de arbeidsovereenkomst;
- de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- de Arbeidstijdenwet (ATW). Hierin vindt u regels over werk- en rusttijden;
- de Arbeidsomstandighedenwet. Hierin staat beschreven welke mate van bescherming u moet bieden aan werknemers, zodat zij veilig en gezond kunnen werken;
- de Wet arbeid en zorg. Hierin vindt u informatie over verlofregelingen waarop de werknemer recht kan hebben;
- wetgeving over gelijke behandeling. U mag geen onderscheid maken in de arbeidsvoorwaarden tussen mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen, parttimers en fulltimers, werknemers met een vast of tijdelijk contract.
Werknemer Ook de werknemer heeft verplichtingen. Deze zijn echter minder duidelijk in de wet omschreven. Het enige waarover de wet spreekt is dat een werknemer zich als ‘een goed werknemer’ moet gedragen. Wat dat precies inhoudt verschilt van geval tot geval en wordt voornamelijk door de rechtspraak ingevuld. U kunt bijvoorbeeld denken aan de situatie waarin u uw werknemer vraagt een keer over te werken in verband met een spoedopdracht, of hem vraagt wat taken van een zieke collega over te nemen. Als ‘goed werknemer’ mag uw werknemer dit niet weigeren. Uw werknemer moet zich ook houden aan uw werkvoorschriften, zoals het dragen van een helm en een rookverbod. Ook op het gebied van de re-integratie speelt het begrip ‘goed werknemerschap’ een belangrijke rol. De werknemer moet meewerken aan zijn eigen re-integratie en uw voorschriften of die van de bedrijfsarts of arbodienst opvolgen. Advies Als u een werknemer in dienst neemt leg dan zoveel mogelijk vast in de arbeidsovereenkomst. Dit voorkomt verwarring tussen u en de werknemer. Denk vooral aan de proeftijd en de duur van het contract! Houdt u ook rekening met de wettelijke bepalingen, zoals het Burgerlijk Wetboek, Arbeidstijdenwet, Arbeidsomstandighedenwet en de Wet arbeid en zorg. Bron: De SalarisAdviseur |