Banksparen
Geschreven door De Salarisadviseur   
maandag 17 maart 2008

Banksparen voor pensioen
Sinds 1 januari 2008 bestaat er een nieuwe variant om fiscaal vriendelijk geld opzij te zetten voor de oude dag: het banksparen.

Met het banksparen wil het kabinet een einde maken aan een monopolie van verzekeraars op pensioenopbouw. Wat zijn de mogelijkheden?
Tot op heden was het alleen mogelijk fiscaal vriendelijk voor (een extraatje bij) het pensioen te sparen bij een verzekeraar door middel van een lijfrentepolis. Onderzoek heeft uitgewezen dat hierbij hoge kosten in rekening worden gebracht. Door het fiscaal vriendelijk sparen nu ook open te stellen bij banken probeert de overheid met een grotere concurrentie die kosten omlaag te brengen. Dit is de achtergrond bij het banksparen, maar wat houdt het in?

Drie pijlers
Inkomen na de pensioenering bestaat uit drie pijlers, namelijk AOW, pensioen uit dienstbetrekking en lijfrenten. In de situatie van banksparen gaat het om de derde pijler, de lijfrente. Een lijfrente is een voorziening die uit eigen initiatief kan worden getroffen en die geen verband houdt met een dienstbetrekking. Werknemers met een pensioentekort kunnen via een lijfrente hun pensioen aanvullen. Tot en met 2007 was het alleen mogelijk dit via een verzekeraar dit te regelen. Het banksparen maakt het echter mogelijk om voor de oude dag bedragen te storten op een zogenoemde lijfrentebankrekening of een lijfrentebeleggingsrekening. De inleg is aftrekbaar, net zo als dat geldt voor lijfrentepremies die aan een verzekeraar worden betaald.

Kenmerken
Banksparen heeft in hoofdlijnen de volgende kenmerken. De werknemer spaart via een geblokkeerde bankrekening of beleggingsrecht voor de oude dag. Dit sparen wordt fiscaal ondersteund, door de stortingen gelijk te behandelen als de premiebetalingen voor een lijfrenteverzekering. De maximale hoogtes van de fiscaal gefacilieerde spaarbedragen zijn gelijk aan die bij het lijfrenteregime. De blokkering van de spaarrekening of het beleggingsrecht duurt tot uiterlijk het 70ste levensjaar van de werknemer. Bij overlijden van de werknemer kan het tegoed in termijnen worden uitgekeerd aan de nabestaanden.

Inleg aftrekbaar
Het voordeel van banksparen is dat het banksaldo niet in box 3 van de inkomstenbelasting hoeft te worden aangegeven (inkomen uit sparen en beleggen). Bovendien wordt de renteaangroei ook niet belast. Maar let op, er kan niet onbeperkt worden ingelegd. Er is een maximale jaarlijkse inleg, afhankelijk van het pensioentekort van uw werknemer. Wie fiscale ruimte over heeft voor een extra oudedagsvoorziening kan dan de jaarlijkse storting op zijn geblokkeerde rekening aftrekken van zijn inkomen. Men kan van het inkomen boven de € 11.155 maximaal 17% storten. Daar wordt dan een correctie op losgelaten voor de waarde van de aangroei van de pensioenopbouw in het betreffende jaar, de zogenoemde Factor-A. Het resterende bedrag is de zogenoemde ‘jaarruimte’.

Pensioenleeftijd
Als een werknemer op een geblokkeerde spaarrekening heeft gespaard voor zijn oude dag, kan hij het spaartegoed na deblokkering aanwenden voor de aankoop van een recht op periodieke uitkeringen bij een verzekeraar (een ‘echte’ lijfrente). Het is ook mogelijk het geblokkeerde spaartegoed onder bepaalde voorwaarden in termijnen te laten uitkeren door een bank of beleggingsinstelling. De voorwaarden daarvoor lijken op die van de tijdelijke oudedagslijfrente. De uitkering van de bank of beleggingsinstelling mag in beginsel niet eerder ingaan dan op de 65-jarige leeftijd, maar uiterlijk als de spaarder 70 jaar is. De minimale uitkeringsduur is vijf jaar. De hoogte van de uitkering is (bij een kortere uitkeringsduur dan twintig jaar) gemaximeerd en er geldt een afkoopverbod.

Let op!
Een belangrijk verschil met de lijfrenteverzekering komt naar voren bij overlijden. Het banktegoed gaat dan naar de erfgenamen en bij een lijfrente is het geld weg. De uitkering van het banktegoed aan de erfgenamen gaat overigens niet in één keer maar in minimaal vijf of twintig jaar.

Uitkeringen belast
In de uitkeringsfase kan de spaarder het gespaarde kapitaal dus omzetten naar een 'echte' lijfrente. De uitkeringen worden dan belast. Het alternatief is om het geld op de bankrekening te laten staan en hier jaarlijks opnames uit te doen. Als de uitkeringen op de 65-jarige leeftijd ingaan, kan worden gekozen voor een tijdelijke uitkering van maximaal € 19.761 gedurende minimaal vijf jaar. Dit is wat betreft voorwaarden vergelijkbaar met een tijdelijke lijfrente. Een bankrekening kent geen ‘levenslange lijfrentevariant’. Om dit toch te benaderen mag men ook kiezen voor een uitkering die vanaf de 65-jarige leeftijd (of de latere ingangsdatum) minimaal twintig jaar loopt. In beginsel is dat dus tot de 85-jarige leeftijd.

Advies
Het banksparen biedt uw werknemers nieuwe mogelijkheden om te sparen voor hun oude dag, maar staat nog in de kinderschoenen. Op dit moment zijn de rentepercentages die worden geboden hoog (4,5 tot 5), maar de verwachting is dat deze zullen dalen in de loop van de jaren als de banken ook kosten moeten gaan maken voor de uitvoering. Overweegt uw werknemer extra te gaan sparen voor zijn pensioen, dan is het verstandig een overzicht te (laten) maken van de verschillende mogelijkheden.

Nieuwe deblokkeringsmogelijkheid spaarloon
Vanaf 1 januari 2008 mag uw werknemer het spaarloon ook opnemen om te storten op spaarrekeningen of beleggingsrechten bij banken of beleggingsinstellingen. Uw spaarregeling moet dan wel voorzien in dat bestedingsdoel. Het gaat om de volgende rekeningen en rechten:
• spaarrekening eigen woning;
• beleggingsrecht eigen woning;
• lijfrentespaarrekening;
• lijfrentebeleggingsrecht.

De spaarrekeningen en beleggingsrechten moeten voldoen aan de voorwaarden zoals deze gelden voor de inkomstenbelasting.

Dit is een artikel uit De SalarisAdviseur.

Meer over banksparen? Lees het tweede item in het artikel van Elsevier Fiscaal Advies.

 

 

 

 

Aangesloten bij Novak en RB