| Correctie privegebruik auto van de zaak |
| Geschreven door Merel Goossensen |
|
Met ingang van 1 juli 2011 zijn de regels voor de BTW-correctie privégebruik auto van de zaak gewijzigd. Dit betekent dat over de eerste helft van 2011 de oude regels nog worden toegepast en over de tweede helft van 2011 de nieuwe regels.
De nieuwe regels zijn te danken aan een recente uitspraak van de Rechtbank Haarlem. In deze uitspraak oordeelde de Rechtbank dat het onderscheid dat de staatssecretaris in zijn beleid maakt door bij de BTW-correctie aansluiting te zoeken bij het inkomsten- en loonbelastingforfait, voor de BTW niet relevant is. Volgens de rechtbank is hierdoor sprake van begunstigend beleid voor gebruikers van milieuvriendelijke auto’s ten opzichte van gebruikers van andere auto’s, terwijl, aldus de rechtbank, alle auto’s als gelijke gevallen moeten worden gezien. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat alle belastingplichtigen zich kunnen beroepen op dit begunstigende beleid: ergo toepassing van het meest gunstige correctiepercentage, wat in het ergste geval (althans vanuit de optiek van de fiscus) kan betekenen 0%, waardoor er überhaupt geen BTW-correctieheffing meer plaatsvindt. Vanwege deze enorme potentiële gevolgen voor de schatkist – de staatssecretaris kan er niet op vertrouwen dat de hogere rechter de uitspraak van de rechtbank zal weerspreken – wordt de BTW–correctie losgekoppeld van het inkomsten- en loonbelastingforfait, waardoor er toch BTW-heffing over het privégebruik auto blijft plaatsvinden, hetgeen ook moet op grond van Europese regelgeving.
De nieuwe regels De nieuwe regels voor de BTW-correctie voor het privégebruik van een (bestel)auto van de zaak door personeel (en ondernemers/natuurlijke personen; er is onder het nieuwe systeem geen verschil meer tussen werknemers en ondernemers) zijn indachtig de volgende methodiek:
Werkelijk gebruik Onder het nieuwe systeem is het uitgangspunt dat er 19% BTW verschuldigd is over de feitelijke, met BTW belaste uitgaven voor het werkelijk privé-gebruik, voorzover de BTW op die uitgaven in eerste instantie volledig (of gedeeltelijk) is afgetrokken (privégebruik wordt belast als fictieve dienst). Woon-werkverkeer wordt weer als privé-kilometers aangemerkt (de sinds 1 januari 2008 bestaande goedkeuring dat deze kilometers als zakelijke kilometers kunnen worden aangemerkt is dus vervallen). In het nieuwe systeem moet de ondernemer/werkgever daarom zowel de kosten per auto als het feitelijk privégebruik per werknemer bijhouden. In zijn besluit stelt de staatssecretaris met betrekking tot dit laatste dat dit dient te geschieden door middel van een sluitende kilometeradministratie. Hier geldt een beetje hetzelfde als bij het bewijzen dat niet privé wordt gereden met de auto: deze eis (van de sluitende kilometeradministratie) wordt door de wet niet gesteld. De wet stelt dat de ondernemer de kosten van de auto en het (privé-)gebruik van de werknemer moet kunnen onderbouwen met alle beschikbare bewijsmiddelen en dat het voldoende is dat het gestelde zakelijke (en dus mutatis mutandis privé-) gebruik aannemelijk gemaakt kan worden. Een sluitende kilometeradministratie blijft evenwel een zeer mooi en in de praktijk ook praktisch middel.
Voor meer informatie kunt u kijken op Belastingdienst.nl of neem contact op met ons kantoor.
Bron: Accountancynieuws |

Aangesloten bij Novak en RB
